Duidelijkheid over toeristenbelasting voor arbeidsmigranten

Vorig jaar heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch bepaald dat een onderneming die huisvesting voor arbeidsmigranten verhuurd aan uitzendbureaus (voor huisvesting tewerkgestelde arbeidsmigranten) toeristenbelasting moet betalen. De onderneming doet ook het beheer van het complex. De onderneming heeft hier tegen beroep in cassatie aangetekend. In december deed de Hoge Raad uitspraak.

Wat was er aan de hand?

Sinds 2013 verhuurde een onderneming een complex met kamers (hotel) aan diverse uitzendbureaus. Naast de verhuur nam zij ook het beheer van het pand op zich. En werd er zorg gedragen voor de inrichting van de kamers in het complex, waaronder de bedden en een kast voor de kleding van de arbeidsmigranten.

Het complex had minimaal 60 bedden beschikbaar voor verhuur die werden afgenomen door één uitzendbureau. Door de arbeidsmigranten werd per week €58,- betaald. Dit was inclusief het verbruik van gas, water, licht en allerlei belastingen zoals afvalstoffenheffing, rioolrecht, onroerendzaakbelasting etc. Op de huisvesting was een SNF keurmerk afgegeven. Via het uitzendbureau werd €60,- per bed betaald. Tussen de verhuurder en de huurder is hiervoor een overeenkomst opgesteld, daarin zat ook een uitgebreide inventarislijst waarvoor de verhuurder zorg zou dragen. Zo zou er in het gehele pand gratis wifi zijn en was iedere kamer uitgebreid met TV, keuken inclusief inventaris zoals een waterkoker en pannen, tafel, stoelen, bank, spiegel etc. 

Beheer

De verhuurder droeg ook, 24 uur per dag, de zorg voor het beheer van het hotel. Hiervoor had zij een beheerder aangesteld. De beheerder zorgde dat eventuele misstanden, zoals drugsgebruik, asociaal gedrag, geweld, overmatig alcohol gebruik, seksuele intimidatie, alsmede het aanrichten van schade aan de eigendommen van het hotel of andere gebruikers werd aangepakt. Op het moment dat er sprake was van dergelijk gedrag werd het uitzendbureau direct op de hoogte gesteld.

Op een gegeven moment moet er aangifte ‘toeristenbelasting’ door de verhuurder worden ingediend. De verhuurder is van mening dat zij geen toeristenbelasting hoeft af te dragen. Hier is de heffingsambtenaar het niet mee eens en legt alsnog diverse aanslagen toeristenbelasting op. Daartegen maakt de onderneming bezwaar en gaat uiteindelijk in beroep bij de Rechtbank. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft de onderneming in het ongelijk gesteld en daar heeft de onderneming hoger beroep tegen ingesteld.

Uitspraak Gerechtshof ’s-Hertogenbosch

In februari  2018 moest het Hof de vraag beantwoorden of er terecht een aangifte toeristenbelasting is opgelegd bij de verhuurder. De heffingsambtenaar is van mening dat degene die gelegenheid biedt tot het verblijf tegen een vergoeding om die reden de toeristenbelasting verschuldigd is.

De onderneming is het hier niet mee eens. Zij stelt het volgende:

  • Het uitzendbureau moet toeristen betalen aangezien zij de bedden aan de arbeidsmigranten aanbiedt. Zij doet alleen het beheer.
  • De arbeidsmigranten moeten zich bij een verblijf van minimaal 4 maanden inschrijven in de Basisregistratie Personen (BRP). Zij vindt ook dat de gemeente daarin een actievere rol moet hebben. Volgens de onderneming vergeten veel arbeidsmigranten zich in te schrijven. De gemeente zou die arbeidsmigranten automatisch moeten inschrijven.
  • Een arbeidsmigrant valt (taalkundig gezien) niet onder de definitie ‘toerist’ en daarom kan er sowieso geen toeristenbelasting verschuldigd zijn.

Helaas voor de onderneming oordeelde het Hof anders:

  • De onderneming stelde de bedden ter beschikking inclusief beheer en rekende een ‘all-in-tarief’ door aan het uitzendbureau. Daarmee is het de onderneming die valt aan te merken als degene die gelegenheid biedt tot “verblijf tegen vergoeding” en die dus de toeristenbelasting moet heffen en afdragen.
  • Gemeenten mogen onder de naam toeristenbelasting verblijfsbelastingen van uiteenlopende aard heffen, waaraan alle niet‑ingezetenen die enigszins duurzaam in de gemeente verblijven kunnen worden onderworpen, zonder dat vereist is dat het verblijf in die gemeente voor toeristische doeleinden plaatsvindt.

Beroep in Cassatie

In december heeft de onderneming geprobeerd om beroep in cassatie aan te tekenen bij de Hoge Raad. Helaas is dat beroep afgewezen en blijft de uitspraak van het Hof in stand.

Hoe nu verder?

Aan de hand van deze uitspraak kunnen we leren dat het mogelijk is dat een verhuurder een all-in huurprijs rekent aan de afnemer (uitzendbureau die de bedden afneemt en ter beschikking stelt aan arbeidsmigranten). In deze all-in-huurprijs moet dan ook de toeristenbelasting worden meegenomen indien dat in die gemeente aan de orde is. Het uitzendbureau rekent vervolgens de huur door aan de arbeidsmigranten. Als de arbeidsmigrant een volmacht heeft afgegeven, is het mogelijk om de toeristenbelasting in te houden op het loon. Let er in het kader van de Wet Aanpak Schijnconstructies daarbij op dat het niet is toegestaan dat de arbeidskracht hierdoor onder het minimumloon duikt!

Meer weten over inhoudingen en verrekeningen?

Normec VRO geeft een aantal interessante trainingen over inhoudingen en verrekeningen, bijvoorbeeld de Training Wet Wet Minimumloon. Wanneer je als werkgever een vordering wilt verrekenen zijn er ook bijzondere regels over de ‘opeisbaarheid’ van de vordering. Dit is met name belangrijk als je iets wilt verrekenen bij einde dienstverband via de eindafrekening. Hoe dat precies zit leer je in de Training Basiskennis Arbeidsrecht. Klik hier voor de data en tijden.